Als ik mezelf zou moeten omschrijven, zou ik zeggen dat ik rustig, zorgzaam en creatief ben. Eigenschappen die mij zowel in mijn dagelijks leven als binnen Stichting JIJ goed van pas komen.
Binnen de stichting coördineer ik de activiteiten voor de leden in het JIJ-huis. Daarnaast geef ik zowel individuele als groepsondersteuning. Ik ben ook vaak in het JIJ-huis te vinden om even wat creatiefs doen en een luisterend oor te bieden. Daarnaast is het JIJ-huis is een plek waar ik me thuis voel en waar ik met veel plezier aan bijdraag.
Mijn motivatie om als ervaringsdeskundige aan de slag te gaan kwam eigenlijk pas na verloop van tijd. Toen ik net hersteld was, wilde ik eerlijk gezegd helemaal niet meer zoveel met eetstoornissen te maken hebben. Ik was vooral opgelucht dat ik zelf stukje bij beetje uit dat wereldje stapte. Pas jaren later, toen ik ook op andere vlakken aan mijn herstel werkte en in contact kwam met ervaringsdeskundigen, veranderde mijn kijk daarop. Ik realiseerde me hoeveel het kan betekenen om iemand tegenover je te hebben die écht begrijpt wat je doormaakt. Dat miste ik zelf destijds in mijn herstel, en juist daarom wilde ik iets van mijn eigen ervaring inzetten om anderen te helpen. Zo werd het zaadje geplant en kwam ik eerst als stagiaire terecht bij Stichting JIJ.
Mijn eigen eetstoornis begon toen ik dertien was. Het heeft veel tijd, therapie en inzichten gekost voordat mijn herstel echt op gang kwam. Het was geen makkelijke weg. Mij werd ooit verteld dat volledig herstellen misschien niet mogelijk zou zijn. Maar met mijn eigenwijze karakter werd dat juist als motivatie om te bewijzen dat het wél kon. Langzaam ontstond er ruimte in mijn hoofd, ruimte die niet langer werd gevuld met negatieve gedachten over eten en controle. Mocht ik leren dat zoals vele eetstoornissen de mijne ook niet over eten ging. Voor mij was het een manier van coping en controle zoeken.
De belangrijkste les die ik in dat proces leerde, is misschien wel samen te vatten in één zin: “Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.” Het klinkt eenvoudig, maar voor mij betekende het een keerpunt. Ik besefte dat ik de enige was die het écht anders kon aanpakken. De kracht die ik jarenlang in destructief gedrag had gestoken, kon ik ook gebruiken om gezondere keuzes te maken. En bovenal: werken aan de onderliggende pijn is zo belangrijk, juist dat deel heeft het meeste licht nodig.
